Je kunt van alles, van elk onderwerp, een tekening maken. Een schilderij, een foto. Waar het op aankomt is dat je op een bepaald moment gewoon zin hebt om met dat bepaalde onderwerp iets te doen. Ergens in het hoofd zweeft dan een idee, een beeld. De ene keer glashelder, een andere keer in het begin nog vaag. Je begint te schetsen, uit te werken, nog verder uit te werken totdat je op een bepaald moment het gevoel hebt: 'dit is het'.
In 99 van de 100 gevallen staat er dan een stuk natuur. Plant, dier, mens, landschap, vergezicht. Is het thema zelf niet de natuur, dan stop ik het onderwerp wel zodanig in een met natuur omgeven vorm dat het toch wel weer natuur is.
Waarom? Ach, is er iets dat mooier is dan het 'leven'?
Natuurlijk kun je vlakken en lijnen gebruiken als speels element. Je stoeit met kleuren. Maar de natuur biedt daarnaast zoveel extra's; het is gewoon zonde van m'n tijd om dat facet links te laten liggen. Ik ben een stuk natuur. Meer natuur dan cultuur. Dat besef ik, dat accepteer ik, daar stoei ik mee.
In feite heb ik maar één onderwerp...
Variatie genoeg! Plant, mens, dier, groot, klein, ga maar door. Als redelijk gezond jochie heb ik wel een duidelijke voorkeur voor vrouwelijke vormen. Die inspireren me toch echt meer dan mannelijke. Zelf ben ik niet zo'n macho, dat patserige laat ik liever aan anderen over; gebakken lucht.
Omdat ik al vanaf mijn 12e fotografeer, heb ik veel facetten van die creatieve tak beoefend en het macro-gebeuren trekt me in het bijzonder.
Prachtig gewoon, al die schitterende details, structuurtjes en onderdelen, die je in het gewone kijken totaal niet meekrijgt. Vandaar ook mijn enorme hang naar detaillering. In een aantal gevallen is die belangrijker dan het totaalbeeld. Je hoeft vaak helemaal niet te zien wat een bepaalde afbeelding voorstelt, om 't toch geweldig interessant of gewoon 'mooi' te vinden.
dat zijn m'n thema's.
Potlood en krijt.
In veel variaties, diktes, hardheden, vormen. Met potlood begonnen, van alles geprobeerd en weer bij potlood terug. Ik zeg wel eens gekscherend:
"Ik teken niet,
mijn potlood schildert in duizend kleuren grijs..."
Zo voelt het echt. Vooral door mijn gedetailleerd werken heb ik de fijnste details in feite alleen met potlood helemaal in de hand. Dat het dan niet helemaal diepzwart is, neem ik op de koop toe. Daarvoor zijn dan weer kleine trucjes in de vorm van bijzondere krijtsoorten. Met het varieren van de druk van het potlood op de ondergrond -met potlood meest papier- is zoveel meer variatie mogelijk dan ik tot nu toe in verf kan realiseren, dat juist dat facet me blijft boeien. Dat varieren in druk is deels ook mogelijk met krijten. Hard krijt, zacht krijt. Naarmate het materiaal harder is, zijn fijne lijnen en structuurtjes beter mogelijk. Het contact met de ondergrond is ook bij krijt goed mogelijk. Het kleurenpalet is iets beperkter in de harde soorten. Maar dat vind ik een voordeel. Teveel kleur concurreert met detaillering. Dan wil ik ze beide aandacht geven en gaan ze samen ten onder in een hoop geschreeuw. Zacht krijt -pastels- is perfect voor felle emoties in het werk. Het is alleen zo'n gesmeer. Liever bewaar ik dat dan ook voor accenten of vlakken. Eventueel in combinatie met gouache. Daarmee werk ik nog niet zo lang. Door het gehalte aan krijt in gouacheverf is de structuur vergelijkbaar met krijten. Dat combineert heel mooi. Momenteel ben ik druk aan het stoeien met die combinatie van gouache, pastel en potlood om te komen tot wat groter werk. Met meer zeggingskracht en minder tijdsbeslag. Mijn gedetailleerd werken met potlood kost soms weken voor een werk klaar is . In de Gouden Eeuw was dat misschien geen probleem; tijd was toen nog geen geld. Dat is helaas nu anders. Tijd is economisch gezien belangrijker dan materiaal geworden. Dat gaat ten koste van de kwaliteit van veel materialen, maar ook ten koste van de beschikbare tijd om een werk echt helemaal 'af' te maken. Ik heb er nog steeds grote moeite mee om die concessie soms noodgedwongen te moeten doen. Bij opdrachten kun je dat tijdsbeslag bespreken. Bij vrij werk is het een domme kostenpost die je meestal niet vergoed krijgt. Commercieel?
Neuh, door de praktijk wijzer geworden...
Wanneer ik uren, dagen en nog meer uren bezig ben met een werk, vind ik het absoluut grote onzin om te besparen op de kwaliteit van de gebruikte materialen. Kleuren moeten zo lang mogelijk blijven zoals ik ze heb bedoeld. Papier moet intact blijven; dus zuurvrij zijn. Penselen en potloden zijn altijd te duur als je er niet goed mee kunt werken. Het is gereedschap. Op gereedschap bespaar ik niet; daar wil ik blindelings op vertrouwen. De gebruikte materialen zijn van de beste kwaliteit. Dan werk ik daar ook ontspannen mee. Zonder vervelende verrassingen. Wanneer u werk van mij koopt krijgt u niet de verrassing dat het werk na een paar jaar geen kleur meer heeft, (tenzij u het werk vol in het licht plaatst; licht tast elk pigment aan!) of volkomen uit elkaar valt omdat de ondergrond het begeeft.
Kwalitatief goed materiaal is de basis voor kwalitatief goed werk.
Van de originele werken maak ik in een aantal gevallen reproducties. In een beperkte oplage. Niet meer dan 23 stuks, omdat 23 mijn geboortedag is. Ook voor die repro's geldt dat ik de best mogelijke materialen daarvoor gebruik. In de meeste gevallen is een reproductie een paar centimeter kleiner dan het origineel. Ze zijn -zichtbaar- genummerd x/23. De reden om dat te doen is simpel. Niet iedereen is bereid of in staat het volle bedrag te betalen voor een werk, terwijl men het vaak toch wel heel mooi vindt. Voor mij is het een mogelijkheid de kosten op die manier er stukje bij beetje uit te krijgen. Het mes snijdt aan twee kanten. De koper van het origineel heeft een echt origineel; de koper van een repro een iets kleiner formaat tegen een gereduceerd tarief. De kwaliteit is in beide gevallen visueel goed. Soms kan ik zelf zo op het eerste gezicht het verschil niet zien. Zeker niet achter glas. Daarnaast maak ik van vrijwel elk werk een of meer verkleinde afbeeldingen die ik op een kaart afdruk. Dat is geen eeuwig durend duurzaam drukwerk. Ook nu wel weer de beste kwaliteit die eenvoudig drukwerk kan zijn. Het zijn meestal 'dubbele kaarten' waar u iets op kunt schrijven. In deze tijd van email blijft een geschreven brief of kaart toch een veel en veel belangrijker blijk van waardering van de zender richting ontvanger, dan wel electronisch bericht ook. Zeker handgeschreven brieven gooi je bijna niet weg. De kaarten kunt u per stuk kopen. Of een selectie maken, bij een iets groter aantal kaarten bent u dan per kaart een beetje voordeliger uit.
Een kwalitatief goed werk heeft recht op een duurzame afwerking. De manier waarop ik een werk afwerk verschilt per materiaal. Maar in beginsel heeft iedere ademende ondergrond een veilige en luchtdichte afwerking aan de achterkant. Duurzaamheid komt eerst. Een definitief passe-partout is altijd van zuurvrij hoogwaardig papier c.q. karton. De lijsten zijn bij originelen aan de achterkant afgeplakt tegen binnendringend stof, rook en kleine diertjes. Een lijst en de kleur van een passe-partout zijn in overleg te veranderen en aan te passen aan de smaak en het interieur van de koper. In zo'n geval is een transportlijst een veilige en goedkope oplossing. Onderschat u de prijs van goed inlijsten niet. Het is min of meer net als bij het aanschaffen van een deur. De prijs van het hang- en sluitwerk is daarbij soms hoger dan de deur zelf. Daar komt vaak nog arbeidsloon bij... Maar daarvoor in de plaats ontvangt u dan ook iets dat duurzamer is dan uw auto!
Voor alle kunstwerken geldt: hang ze niet in het zonlicht. Nooit!
De pigmenten -kleurstoffen- verliezen hun kleur sneller naarmate ze meer licht krijgen. Dat geldt voor alle -laat u niks wijs maken!!!- materialen: elke verf, elke inkt, elk krijt. Het ophangen op een goede plaats is ieders eigen verantwoordelijkheid.
Voor het vrije creatief foto's bewerken -abstract of herkenbaar, natuur of techniek- geldt min of meer hetzelfde als voor een ander werk. Wat mij boeit omdat het ik mooi vind, laat ik zien op een zo aantrekkelijk mogelijke manier. Wat mooi is krijgt alle aandacht; maakt niet uit wat het is. Dat is het verschil tussen een foto en een fotobewerking. Laatstgenoemde is in hoge mate bewerkt, aangepast, gecorrigeerd, verfraaid. Vergelijk het met een vrouw: ze gebruikt op het ultieme moment wel of geen make-up. Ze is wel of niet naar de kapper geweest. Ze heeft wel of niet een extra fraai kledingstuk uitgezocht dat haar kwaliteiten als vrouw benadrukt, haar zelfvertrouwen vergroot.
Op belangrijke momenten wil ze niet alleen maar vrouw zijn, ze wil een mooie vrouw zijn, zich mooi voelen.
Fotobewerking houdt in het combineren van het goede, het emotionele, het mooie.
Voor een GevoelsVorm gebruik ik vaak tientallen opnamen. Voor een creatieve fotobewerking geldt hetzelfde: Ik heb soms honderd opnamen nodig om te komen tot een verantwoorde keuze. Opnamen vanuit de meest vreemde hoeken: van boven, van onderen, diagonaal van boven. Zelden gewoon van voren of van opzij. Ik heb speciale opnamen nodig om iets bijzonders te kunnen maken. Wat ik niet zichtbaar gebruik, gebruik ik onzichtbaar als bronwater waarmee ik mijn dorst les naar kennis van het onderwerp, inzicht in een persoonlijkheid en het invoelen in de sfeer, de emotie van wat ik wil uitbeelden. Een fotobewerking is vrijwel nooit een momentopname; het is een ongelooflijke constructie. Het is creatief: proeven, proberen, vergelijken, groeien, bestuiven, vrucht dragen. De voedingsbodem bestaat uit tientallen foto's. En tijd. Veel tijd, nodig om uit alle losse onderdelen het beste te halen en er een eenheid van te maken. Naarmate ik meer tijd aan een werk besteed, groeit het raffinement van het resultaat.
Dat is eigenlijk alles...
Hierbij is tijd meestal de beperkende factor. Het aantal opnamen is vaak ook minder. Het uiteindelijke beeld ligt zelden op voorhand vast, het doel wel. Een bedrijfsimpressie; een afbeelding, geoptimaliseerd voor het bekijken op het beeldscherm of projectiewand. Familie-portretten, foto's van kampioenen, een 'geheim' cadeau voor een jubilaris, een jarige, een 'zomaar' gelukkige. Voor elke gelegenheid is een bijzonder 'stuk' maatwerk te componeren. Het gaat er om dat de ontvanger van het vervaardigde werk een bijzondere band heeft met de afbeelding. Het werk -vaak een cadeau- is nooit confectie; altijd speciaal samengesteld met de persoonlijkheid van de ontvanger in gedachten. Die beperking is meteen de uitdaging; daar ga ik graag voor aan de slag!
Zo'n opdracht is immers altijd uniek!
Da's leuk!
Vaak informeert men welk software-programma ik gebruik voor het maken van fotobewerkingen. Dat kunnen er verschillende zijn; meestal meerdere door elkaar. Eigenlijk gebruik ik alles wat technisch wenselijk is. Dat is vaak niet 'de nieuwste versie van...'. Programma's vragen tijd om ze te leren beheersen. Ze vragen veel tijd om ze haast blindelings te leren beheersen. Die factor zien veel mensen over het hoofd. Een autocoureur leert geen autoracen door in een splinternieuwe auto te stappen. Het leerproces is in de jaren daarvoor al gebeurd, waarschijnlijk begonnen op een brommertje. De finesses komen er bij iedere oefening opnieuw bij. In mijn geval zijn de computerprogramma's ook niet het belangrijkste. Dat, -het belangrijkste stuk gereedschap- zit in m'n hoofd: fantasie.
Beelden combineren, kleuren aanpassen, fletse foto's krachtiger maken, tekst aan foto's toevoegen, personen of onderdelen aan foto's toevoegen of verwijderen. Dat zijn de handelingen. De oncontroleerbare fantasie doet het eigenlijke werk; een nieuw beeld vormen. Het boeit niet met welk gereedschap ik werk. Het resultaat telt, de zichtbaar geworden fantasie.
Hoe 'snel' m'n computer is? Ik weet het niet; niet zo snel. Wanneer ik urenlang beelden door het hoofd laat gaan, combinaties verzin en weer weggooi en dan uiteindelijk een aantal minuten lang wat proefjes doe, dan is de snelheid van de computer niet meer belangrijk. Vaak ben ik blij dat het machientje even tijd nodig heeft om wat uit te rekenen. 'Traag' is, zoals dat heet. Dan kan ik eindelijk even naar de wc, warme koffie inschenken, de kippen voeren of een luchtje scheppen. Even bewegen, want dat komt er vaak te weinig van. De snelheid van m'n pc? 'k Zou 't niet weten. Sneller dan ik kan typen. :-)
Gangbaar zijn digitale afdrukken tot 29 x 41 cm.=ca. A3. In overleg zijn groottes mogelijk tot wandhoogte. Ook afdrukken op vitrage, op zware stof voor een spandoeken of wandkleed zijn mogelijk. Een afbeelding kan ook op lichte speciale stof worden gedrukt voor gebruik als vlag. Alles wat je op beurzen ziet als grote afbeelding is mogelijk. Royale maten tegen royale prijzen; dat wel. Maar als dat nu net is waar u naar zoekt: het kan! Het formaat kan natuurlijk ook kleiner, voor gebruik aan de wand in huis, kantoor, showroom of kantine.
Voor gebruik op beurzen binnen een hallencomplex of als vlag in weer en wind verschilt de kwaliteit en vooral de duurzaamheid van de gebruikte inkten en stoffen; dat moge duidelijk zijn. Alles is echter bespreekbaar. Ook in klein formaat - breedtes tot ca. 2m bij een lengte van 50 meter- zijn heel intense kleuren mogelijk. Dit bedrukken wordt een extern uitgevoerde productie; dat doe ik niet meer zelf. Op papier kan ik wel afbeeldingen maken in 20 cm breed bij een lengte van ruim een 1,10 tot 1,20 meter. Helder als een foto. Dat is in goede kwaliteit, alleen is de duurzaamheid iets minder (-licht!-) dan de afdrukken op A3-formaat. Voor bijzondere gelegenheden natuurlijk kwalitatief wel heel sprekend. De kwaliteit van de fotobewerkingen is net als alle andere bewerkingen: eerste klas. Zie de voorbeelden. Uitgaande van een foto van 30 x 40 cm met een royale ruimte van het passepartout rondom het beeld, kom je op een formaat van ca. 50 x 70 cm. Dat is een grootte die groot genoeg is om op enige afstand -aan de wand in uw woonkamer of kantoor- te bekijken. Die afmeting is ook groot genoeg om als uniek en respectabel cadeau te fungeren. Net als bij de tekeningen en de GevoelsVormen is de afwerking in overeenstemming met het unieke karakter van de afbeelding;
een duurzaam geschenk.
Zo in de loop der jaren heb ik best wel een hoop geleerd. Zowel theoretisch als praktisch. Ik weet nog lang niet alles op de gebieden waar ik mee bezig ben. Maar weet intussen best wel héél veel!
De praktijk wijst uit dat ik die kennis niet alleen met je kan delen in de vorm van een van de cursussen die ik heb samengesteld. Maar dat ik dat ook nog verdraaid leuk vind om te doen! Het is gewoon fijn om je kennis op iemand anders over te dragen. Dat scheelt een ander een hoop zoekwerk! En dan die reactie “Oh, zit dat zo....!”, dat is toch prachtig! Kortom, die cursussen vind ik heerlijk om te doen.
Het aantal cursisten kan per cursus vrij klein zijn omdat ik weinig extra kosten heb. Als ik een cursus geef, kan ik niet iets anders doen, dat is nub eenmaal zo. Hooguit cursisten tekenen of fotograferen. Maar dat is ook geen werk van uren. Tijd is dan ook het kostbaarste onderdeel. Maar met een minimum van twee deelnemers, vooral voor de gezelligheid, gaat in principe een cursus door! In een dun bevolkte omgeving als Froombosch is een groot aantal deelnemers ongebruikelijk. Het is ook niet zo dat ik eerst vele honderden euro’s aan cursusgeld moet zien voor een cursus doorgaat. Ik heb wel een maximum aantal deelnemers; dat staat bij de cursussen mmestal wel vermeld. Dat maximum heeft te maken met de grootte van het atelier. En ik heb één restrictie: ik ben geen kinder-oppas.
Eenmaal per jaar hou ik een soort ‘open dag’, waarbij alle cursisten van dat jaar die dat leuk vinden, hun werk, vorderingen en ervaringen in het atelier laten zien aan elkaar en aan familie, vrienden en kennissen. Gewoon gezellig bij mekaar en ideeën en ervaringen uitwisselen. Kopje thee of koffie erbij en dan: vooruit met de geit.
Welke cursussen er zijn vind je in het cursusoverzicht. Op de startpagina te vinden onder het kopje Cursus.
Een aantal cursussen geef ik zelfs bij je thuis als dat gewenst is. Privé tekenles, het snoeien van fruitbomen en eventueel de cursus waarbij ik je help je camera beter te leren kennen en mooiere foto&rsqiuo;s te maken zonder direct een andere camera te moeten kopen. Je eigen camera kan heel veel. Je moet alleen wel even weten waar je op moet letten en welke knoppen je kliever niet gebruikt. Daar komen weinig extra kosten bij. Alleen wat extra reistijd en een vergoeding per kilometer. Dat bedrag staat wel ergens vermeld.
Het is meest vrij werk; hoewel het vanzelfsprekend ook in opdracht mogelijk is.
GevoelsVormen zijn combinaties van lijnen, structuren en kleuren die ik mooi vind, die me esthetisch een 'goed gevoel' geven. Soms bestaan ze uit herkenbare onderdelen, vaak ook niet of maar gedeeltelijk. Een GevoelsVorm is in beginsel vaak een vorm van figuurfotografie, zonder dat je het model (mens/dier) als individu herkent. Vrouwelijke vormen spreken me aan en zijn dan ook in veel gevallen de basis. Mijn GevoelsVormen laten het mooiste van een vrouw zien, zonder herkenbaar gezicht en zonder de kleine tekortkomingen die elk lichaam heeft.
GevoelsVormen geven een vrouw zelfvertrouwen en het trotse gevoel:
'Ik voel me zó mooi!!!'
Heerlijk om iemand op die manier een plezier te doen...
Bij 'vrij werk' combineer, creëer en reduceer ik aan onderdelen wat ik zelf aantrekkelijk vind. Ik leef me daarbij heerlijk uit. Herkenbaar, niet herkenbaar. Eenvoudig of heel complex. Het moet me aanspreken, mooi zijn en een verrassende combinatie opleveren. In de reclame wereld kom je dat soort visuele blikvangers soms ook tegen, toegespitst op één product of sfeerbepalende omgeving. Soms neigt het naar gestileerde fotografie, soms naar science-fiction. Het leukst is het om gangbare beelden om te zetten in vrijwel onherkenbare bouwstenen van iets nieuws, iets onmogelijks, een sprookjesachtig beeld. De wereld zit vol met prachtige dingen die ik graag laat zien.
Het spanningsveld tussen m'n eigen smaak en die van het zich presenterend model stuurt het eindresultaat. Ik bepaal dat niet alleen, het is een samenspel. De opdrachtgever/ster verrassen, 'trots' laten zijn op de eigen persoon.
'Ieder mens heeft een unieke schoonheid.
Ik maak het zichtbaar'.
Ieder model ziet 'het beste van zichzelf' met trots en vol zelfvertrouwen aan de wand. Dat is het doel. Als dat lukt ben ik in mijn opzet geslaagd:
'Koningin Klant' is tevreden.
Net als bij de fotobewerkingen zijn de afmetingen heel variabel. Een GevoelsVorm is een heel speciaal soort fotobewerking, maar technisch gezien gelden dezelfde mogelijkheden.
Het eindresultaat van een opdracht is in principe alleen voor het model zelf bestemd. Zij moet zichzelf er positief in herkennen. Het leukste is dat iemand anders het model er meestal niet in herkent. Tenzij een model daar specifiek om vraagt. In dat geval gaat zo'n werk weer meer de kant op van een fotobewerking. Wanneer ik creatief alle vrijheid krijg blijft het een GevoelsVorm. Moet ik heel sterk rekening houden met een aantal wensen, dan noem ik het waarschijnlijk een fotobewerking. Dat weet ik pas achteraf. De mate van creatieve vrijheid is m'n maatstaf, maar heeft geen enkele invloed op de kwaliteit. Wat voor naamkaartje er ook aan komt te hangen, het moet beide partijen tevreden stellen.
Het klinkt eerst even vreemd, maar fruitbomen zoals je die koopt, worden niet geboren maar gemaakt. Wil je een Groninger Kroon in je tuin? Stop dan geen zaadjes van een Groninger Kroon in je tuin. Je krijgt dan kindertjes van een Groninger Kroon en.... ja, van wie nog meer?
Een appelbloem zal -zelfs al is het ras 'zichzelf bevruchtend'- nieuwe kinderen maken met nieuwe eigenschappen, dus ook een nieuwe smaak. De bloem maakt geen kopietjes van zichzelf. Dan zou de bloem allemaal en alleen maar nieuwe jonge Groninger Kroontjes maken. De kinderen die uit de pitjes groeien, zijn nieuwe unieke individuen. En net zo goed als een mensenkind ontzettend veel op een van de ouders kan lijken, is het toch anders; uniek.
Een jonge Groninger Kroon -en elk ander ras- maak je dan ook als mens; niet als plant. Je neemt het wortelstelsel van een potlooddikke jonge boom -er zijn kwekerijen die daar duizenden van produceren, in verschillende soorten met diverse eigen eigenschappen- en je snijdt het jonge stammetje door. Je had al een geschikt takje van een - voor dit voorbeeld- bestaande Groninger Kroon meegenomen. Daar snij je het geschiktste stukje hout uit en dat zet je op een speciale manier op het doorgesneden 'stammetje' van dat jonge onthoofde boompje. Plakbandje er om gewikkeld en hup, in de grond. Dit doe je meestal in het vroege voorjaar. Wanneer de jonge plant gaat groeien, groeien de twee stukjes hout aan elkaar en groeit het boompje voorspoedig op tot een nieuwe boom. Je hebt in feite aan tak-transplantatie gedaan.
Naar het licht. Da's alles. Daarmee heb je de vraag wel beantwoord, maar zeg je in feite iets te weinig van de groei. Een boom groeit niet alleen omhoog, maar ook in de breedte. Takken ontstaan en groeien ook. Wanneer je niet aan de boom zou snoeien, krijg je een dichte wirwar van takken. Hier en daar zullen appels groeien. De boom groeit meestal te dicht om veel bloemen en daarna de appels te vormen. Door de dichte groei zal de boom tussen de takken zelden goed drogen en krijgen schimmels en ziektes alle ruimte om zich aan het boompje tegoed te doen. Daar zal het boompje zelden direct aan dood gaan. Maar mooie, grote, gezonde vruchten blijven dan bij de meeste rassen helaas wel een zeldzaamheid.
Dat is jammer, want om het fruit is het ons immers te doen. Hoeveel natuur er ook schuilt in een vruchtboom, om fruit in de gewenste grootte, op smaak en vol gezondheid te krijgen, veranderen we het natuur-boompje in een cultuur-boompje. In het meest extreme geval (lei-bomen, ook lei-fruit genoemd) is het boompje haast meer cultuur dan natuur. Omdat de boom naar het licht groeit, meestal naar boven, zal ik bij de vorming van een lei-boom de groeikracht 'naar boven' omzetten in groei 'opzij'. U ziet tegenwoordig een mode-artikel in veel tuinen, van die hagen op hoge poten: leilindes, leiplatanen en weet ik wat voor lei-dingen nog meer. Niks mis mee; puur cultuur. Echte hagen op pootjes. Het probleem is in de praktijk dat de meeste tuinbezitters niet weten hoe ze een gewone haag goed knippen. Laat staan een haag op pootjes.
Dat geldt ook voor fruitbomen. Dat geldt nog meer voor lei-fruitbomen. Maar net als alles is dat heel goed te leren. Alleen zal iemand je dat moeten vertellen, uitleggen en demonstreren. Uit een boek is het helaas -vrijwel- niet te leren.
Technische kreten die je al snel hoort wanneer je mensen hoort praten over fruitbomen. Maar, wat betekent het? Om het heel eenvoudig te houden laat ik een aantal aspecten buiten beschouwing wanneer ik zeg dat die drie kreten bepalen wat de grootte van een fruitboom na verloop van tijd zal zijn. In feite bepaalt de hoogte waarop de dikste zijtakken van een fruitboom aan de stam zitten, of er sprake is van laag-, half- of hoogstam. De keuze van die hoogte ligt min of meer vast op het moment dat je kiest voor een bepaald wortelstelsel; zwak, middelmatig sterk of sterk.
Het wortelstelsel is dat stukje van die jonge boom waar je dat ene takje op hebt 'geplakt'. De kwaliteit van het wortelsstelsel -de onderstam- bepaalt de groeikracht van een boom. De eigenschappen van het stukje hout dat je er op hebt 'geplakt' -enten heet dat- bepalen wat voor ras je later plukt. Je kunt dan ook van één en hetzelfde ras die drie verschillende boomvormen maken: laagstam, halfstam of hoogstam. Of je maakt er een leiboom van. Dat kan vaak ook. Ik zeg vaak, want niet in alle gevallen leent een bepaald fruitras zich er voor om zo strak in het keurslijf door het leven te gaan.
Ook het fruitras zelf heeft bepaalde groei-eigenschappen, naast de smaak van de vrucht. Het ene ras groeit veel steiler omhoog, het andere zal al snel veel zijtakjes vormen waar het fruit aan komt. Het eerste ras heeft meestal zoveel 'eigen' groeikracht, dat je het als leiboom niet kunt gebruiken. De boom zal steeds zoveel takken produceren dat het aan bloem nauwelijks toekomt.
Rassen die je op een zwak wortelstelsel -meestal als laagstam- zet, leveren al binnen 1 of 2 jaar het eerste fruit. Het zal nooit een grote boom vormen. Het wortelstelsel is meestal zelfs zo zwak dat je de boom (zeg maar 'het boompje') aan een paal vast zet om te voorkomen dat het boompje uit zichzelf al omvalt. Een halfstam heeft een iets sterker wortelstelsel, valt niet zomaar om, levert na een paar jaar het eerste fruit en zal niet hoger groeien dan een meter of drie tot vijf. Een hoogstam groeit eerst een aantal jaren op tot een echte boom, levert af en toe wat fruit maar draagt pas echt goed na vijf tot vijftien jaar. Dan kan de boom vijf tot tien meter hoog worden. Dat laatste is veel te hoog, maar zonder snoei kan dat wel.
Zoals gezegd, het type onderstam bepaalt de groeikracht, de hoogte en de vruchtbaarheid van de boom. Welk type geschikt is voor welke aanplant valt niet zonder meer te zeggen. Uw tuin is de tuin van een ander niet. Hoe groot mag het boompje worden? Wat is de kwaliteit van de grond waar het boompje in komt te staan? Hoeveel zorg wil je er aan besteden? Om maar een paar facetten te noemen.
Het vormgeven, grof gezegd: het snoeien, van een fruitboom verschilt, afhankelijk van de leeftijd van een fruitboom. Een nog jonge boom moet eerst uitgroeien tot volwassen staat. Dat heeft gevolgen voor de manier van snoeien. Een al volwassen, soms zelfs oude boom, heeft die groei achter zich en heeft in eerste instantie behoefte aan het open snoeien van de kroon en daarna aan het vervangen van oude afgedragen takken door nieuwe jonge vervangende takken. Dat laatste is de vormgeving van een bestaande boom. Het gaat er om dat zinvol te doen, in overleg met jezelf, afhankelijk van de reacties van de boom op eerdere snoei-acties en afhankelijk van de kwaliteit van het seizoen en de hoeveelheid fruit die de boom produceert. Bij leibomen gaat het er om de veelal buitensporige groei terug te brengen tot beperkte groei, het verantwoord inkorten van de te dik geworden takken en deze te vervangen door nieuwe jonge takken. Als dat nog mogelijk is!
Soms zijn takken van verwaarloosde leibomen zo dik geworden dat je het goede model er haast niet meer in terug krijgt zonder zware 'operaties'. Zeg maar: 'amputeren' van te dikke takken. Je weet nooit precies van te voren hoe de boom daar op reageert. Gewoon laten groeien is ook niet altijd mogelijk. In zo'n geval is het een kwestie van risico's afwegen en voorzichtig beginnen om te zien hoe de boom reageert.
Regelmatig zie je dat mensen in een ander huis gaan wonen waar al een of meer fruitbomen staan. Meestal gaat het dan om hoogstammen. Hoe moeten ze die aanpakken?
Je kunt links en rechts cursussen volgen. Oefenen in andermans tuin, onder zeer deskundige leiding. De NPV - de Noordelijke Pomologische Vereniging- organiseert al jaren uitstekende cursussen. Ik heb vaak als 'begeleidend praktijk-docent' aan die cursussen meegedaan. Leuk en echt heel leerzaam. In de praktijk merk ik vaak dat mensen, na afloop van de cursus, het snoeien op dat moment al zouden moeten kunnen, maar het toch nog niet goed zelf aandurven in hun eigen tuin met de eigen fruitbomen. Dan bied ik aan om ze het vormgeven van hun eigen bomen bij te brengen in hun eigen tuin. Samen met hen de vertrouwde bomen aan te pakken en te herstellen voor zover dat mogelijk is. Stap voor stap. Meestal eerst een tijdje jaar voor jaar, later om de paar jaar tot het moment dat men het zelf wel aandurft. 'De kop is er dan af'.
Soms letterlijk. De oude hoogstam krijgt in veel gevallen echt een nieuw leven. Je ziet zo'n boom 'opleven'. Hij reageert mooi met nieuwe groei, gezonde takken, gaaf fruit en smakelijker en grotere vruchten dan voor de behandelingen.
Desgewenst gaan we daarna samen ook met de vormgeving van lei-bomen aan de slag.
Naast de fruitbomen help ik ook mensen aan meer kennis en inzicht in het verzorgen en geven van vorm en model aan de andere struiken, heesters en bomen in de tuin. Op verzoek van veel klanten een min of meer logische aanvulling op het vormgeven van de fruitbomen. Meer informatie daarover is te vinden via het overzicht Cursus aanbod hiernaast. Ik geef zowel cursus volledig individueel, als ook aan kleine groepen cursisten die bij elkaar in de buurt wonen en dan samen een cursus volgen. In dat geval werken we de praktijk uit in een aantal tuinen van de deelnemers. Beetje afhankelijk van wat er in die tuinen aan planten groeit.
Informatie goed en zinvol overbrengen op potentiële klanten is een vak apart. De boodschap moet 'passen' bij de opdrachtgever, bij zijn of haar manier van denken, omgaan met klanten, omgaan met het te 'verkopen product'. Die boodschap moet ook passen bij de doelgroep voor wie de boodschap is bestemd.
Het is belangrijk van tijd tot tijd stil te staan bij de vraag of je als organisatie nog wel bezig bent met je eigenlijke doelgroep. Is die in de loop van de tijd veranderd? Is het tijd tekst en toon van je informatie inhoudelijk en uiterlijk aan te passen aan doelgroep van dat moment? Dat is een fase, waar we in gesprekken -'brainstormsessies' heet zoiets tegenwoordig- met de organisatie onderzoeken in hoeverre de theorie van het verleden en de praktijk van het heden elkaar nog dekken. Vormgeving van informatie -het meest bekend als 'reclame'- gaat over meer dan het bepalen van een productenpakket. Het gaat ook om de eenheid van presenteren, de huisstijl. En de eenheid van klanten benaderen. Niet af en toe een los schot, maar een doelgerichte lange-termijn strategie. Van reclame weet je nooit precies in hoeverre het echt werkt. Het is grotendeels onmeetbaar. Maar het heeft wel degelijk effect. Ik hou me absoluut niet bezig met actiefolders en 'korting-korting' advertenties. Daar zijn aparte bedrijven voor. Wel hou ik me bezig met de manier waarop een organisatie zich manifesteert, zich presenteert. Met de visuele onderdelen als foto's die aangeven waar het bedrijf mee bezig is, met afbeeldingen voor specialistische advertenties en met afbeeldingen voor web-pagina's. Met het karakter van gebruikte teksten, de leesbaarheid -voor leken- van folders en de begrijpelijkheid van handleidingen.
De manier waarop een bedrijf zich presenteert moet passen bij de beoogde doelgroep.
De ene productgroep vraagt om dynamiek en beweging suggererende afbeeldingen. De ander om bedachtzaamheid, ingetogenheid en het oproepen van een gevoel van veiligheid. Een klant die zich veilig voelt zal eerder tot aanschaf overgaan dan de klant die 'de praatjes allemaal niet zo vertrouwt'. Dat vraagt om een aanpak waarbij je het karakter van je producten ten toon spreid op een manier die de sfeer van elk verkoopgesprek bepaalt. Hoe jonger de verkopers, hoe groter het gat met oudere klanten. 'Oud' is in dit opzicht geen maatstaf voor de leeftijd. Het is een benaming van het begrip 'ervaren', door de wol geverfd. Mensen met levenservaring zijn meestal ook mensen met koopervaringen. Vaak zijn ze heel goed in staat te relativeren. Voor deze mensen is het wenselijk een bepaalde sfeer op te roepen die een gevoel van veiligheid, van vertrouwen oproept. En dat mag je als ondernemer dan waar maken.
In het voorgaande is sprake van sfeer en karakter. De directe vertaling daarvan is de manier van presenteren. Doe je dat als ondernemer in alle rust of schreeuw je het van de daken?
Beide manieren kunnen effectief zijn. Maar geen van beide is zinvol voor elke doelgroep. Dat is een zaak van overleggen, afstemmen, keuzes maken. Soms is het gewenst om beide presentaties te gebruiken. Alleen niet op hetzelfde moment. Een ander punt van aandacht is gelegen in de snelheid van de ontwikkelingen op elk marktgebied. Wil je nu en direct verkopen? Of wil je straks verkopen en later graag nog weer een keer, aan dezelfde klant. Hoe zwaar telt klantenbinding? Hoeveel tijd wil en kun je daar als ondernemer in steken? Wat doe je zelf? Wat besteed je uit?
Na het maken van keuzes uit dit soort overwegingen komt het moment waarop bij vormgeving van drukwerk en/of reclame en/of websites, tekst en beeld tot stand komen. De meeste promotie-materialen staan bol van technische vaktermen, waar de doelgroep wel mee te maken krijgt, maar vaak niet bewust. Het zegt alleen insiders iets of een auto een koppel heeft van x nanometer. Of iets in die geest. Dat de auto vlot optrekt of dat je 'hem moet duwen' spreekt iedereen aan. Je bedoelt hetzelfde; je zegt het anders.
Ook dat is vormgeving, in een vorm gieten, van informatie. De klant moet het 'snappen'. Het hangt minder af van de klant dan van de organisatie die de informatie verschaft, hoe 'dom' de informatie overkomt. Deskundigheid is een noodzakelijk kwaad. Die deskundigheid vertalen in voor de klant begrijpelijk taal is een even grote noodzaak. Zonder klanten heb je aan deskundigheid zo weinig.
Direct met de kwaliteit van je informatie heeft de vraag te maken of je als organisatie de nadruk wilt leggen op prijs of kwaliteit. Mag het 'goed' of moet het uitsluitend 'goedkoop'? Het laatste is voor veel mensen aantrekkelijk. Het ligt aan het product dat je aan de man of vrouw brengt hoe belangrijk dat prijs-argument werkelijk is. Ben je dozenschuiver of vakkundig? Is de verlichting van het winkel-interieur klantvriendelijk of alleen goedkoop? Dreunt het de klant de hele tijd door het hoofd vanwege ontoelaatbaar luide muziek of radio? Er zijn veel winkels waar ik alleen al daarom niet weer naar binnen ga. Staat u als organisatie daarbij stil?
ExpoJoes denkt met u na over deze aspecten. Bij voorkeur over een lange termijn strategie. Binnen een goede strategie met op elkaar afgestemde onderdelen is heel veel variatie mogelijk. Mits je als organisatie maar in gedachten houdt dat het een strategie is die op tevreden klanten mikt.
Een tevreden klant is de goedkoopste -immers gratis- en lopende reclame-advertentie.